|
|
|
|
Er werden dit jaar door zusterorganisatie MS Denemarken drie projecten in verschillende delen van Groenland aangeboden, waarvoor aparte groepen werden samengesteld. De projecten werden voorafgegaan door een gezamenlijke tweedaagse voorbereiding in Kopenhagen. De groep van ongeveer dertig personen die in Kopenhagen aan de voorbereiding hadden meegedaan, werd in drieën gesplitst. De andere groepen gingen naar projecten in het westen en het zuiden van Groenland. Ik ging met mijn groep van in totaal negen personen naar Ammasalik.
Het vrijwilligersproject waar wij aan gingen werken was erop gericht om het hiking-toerisme in Oost-Groenland te bevorderen en veiliger te maken. Hiking is het ondernemen van een voettocht, vaak door onherbergzaam gebied. Het is een vorm van avontuurlijk toerisme dat wereldwijd sterk aan populariteit wint. Het schijnt in Groenland voor te komen dat toeristen de weg kwijt raken, met soms de dood als gevolg. Daarom kregen wij van de gemeente Ammassalik de opdracht om hiking-routes te markeren, zodat iemand die de weg kwijt raakt zelfs in de mist de route kan terugvinden. In eerste instantie kregen wij de opdracht om een route te gaan markeren in de Bloemenvallei in de omgeving van Tassiilaq. Dit was een korte en redelijk makkelijk te bewandelen route. Hier moesten wij de route gaan markeren met zogenaamde varde (in het Deens) of innutuk (in het Oost-Groenlands). Dit zijn kleine bergjes gemaakt van opgestapelde stenen. De bedoeling was dat langs de hele route van deze varde werden gebouwd; vanaf de ene varde moest de volgende reeds zichtbaar zijn. Het is een 'natuurlijke' manier van het markeren die het landschap niet teveel verstoort. De stenen die wij nodig hadden voor de bouw van deze markeringen moesten wij zelf in het landschap verzamelen. Om het werk wat efficiënter te laten verlopen, werd onze groep van negen personen opgedeeld in drie subgroepjes. Tijdens onze werkzaamheden in de Bloemenvallei bleef de kostschool waarin wij waren ondergebracht onze uitvalsbasis. Deze kostschool wordt in de zomer, als de kinderen op vakantie naar huis zijn, ook aan toeristen verhuurd. Als speciale gasten van de gemeente Ammassalik mochten wij er gratis gebruik van maken. Het was een vrij comfortabel onderkomen; met zijn negenen hadden we de beschikking over kamers met stapelbedden, vier douches en wc's en een keuken met een oven echter zonder koelkast. Net als de meeste huizen en andere gebouwen in Tasiilaq is de kostschool aan de buitenkant van hout. Houten gebouwen zijn beter dan stenen gebouwen bestand tegen de Piteraq, een koude sterke valwind die in Oost-Groenland voorkomt en een verwoestende werking kan hebben. Na iets meer dan een week waren we klaar met onze werkzaamheden in de Bloemenvallei en moesten we de langere routes op het eiland gaan markeren. Omdat inmiddels twee van de negen deelnemers aan het project last hadden gekregen van een lichte blessure, werd besloten om in plaats van drie twee subgroepjes te vormen. Het kwam erop neer dat ik werd toegevoegd aan een al bestaand groepje dat werd aangeduid als de tough group of de Speedy Gonzalez group. Deze groep bestond uit Reto, een Zwitserse jongen, Rodolphe, een Franse jongen en Laura, een Engels meisje. Terwijl het vijfpersoons subgroepje vanuit Tasiilaq een route naar het noorden ging markeren, werd ik met mijn vierpersoons groepje met een motorboot op de westkust van het eiland Ammassalik afgezet. Van daaruit zouden wij een route in noordoostelijke richting gaan markeren langs de Mitivakkat-gletsjer, die zich in het midden van het eiland bevindt. We moesten voor de tien dagen dat we in de onbewoonde wereld vertoefden per persoon tien kilo voedsel meenemen. Buiten de kleren die we aanhadden mochten we slechts één set droge kleren meenemen, voor het geval we nat zouden worden. Verder moesten we een tent meenemen en potten verf voor de markeringen. De route was zwaar. We moesten lopen over steile hellingen met losse stenen, over en tussen grote rotsblokken, door moerassen, door wilde rivieren, door de sneeuw en over gletsjers. Dit moesten we doen met zware bepakking op onze ruggen. We liepen de route steeds drie keer: eerst met onze bagage om een basiskamp op te zette, daarna moesten we weer terug om de route te gaan markeren. Op deze langere routes mochten we werken met verfmarkeringen: gele cirkels met een punt in het midden. Ergens midden op het eiland, waar drie trekkershutten waren, kwam de hele groep van negen personen weer samen. Daar zijn we drie nachten gebleven. Van daaruit ben ik met mijn subgroepje een route naar het noorden van het eiland gaan markeren. Inmiddels was het weer omgeslagen. In plaats van droog en zonnig weer kregen we te maken met mist en lichte regen. Het gevolg was dat al onze spullen nat werden en we ze ook niet meer konden drogen. Na ruim tien dagen in de onbewoonde wereld te hebben vertoefd, werden wij door onze groepsleidster met een motorboot aan de noordkant van het eiland opgehaald. Zij had onder andere appels en vers brood voor ons meegebracht. Dat ging er wel in na lange tijd op instantvoedsel, oud roggebrood, havermout, koekjes, chocolade en poedermelk te hebben geleefd. Met het markeren van de route naar het noorden van het eiland was ons werk voltooid. De rest van mijn tijd in Groenland heb ik besteed aan de beklimming van de Polhems Fjeld (1003 meter), de hoogste berg in de omgeving van Tasiilaq, waarbij een plaatselijke arts onze gids was. Verder zijn we met de hele groep met een bevoorradingsschip meegevaren naar de nederzetting Isortoq. De boottocht over een zee vol ijsbergen duurde (ongeveer) 4 uur enkele reis. We kregen één uur de gelegenheid om de nederzetting te bezoeken. Na dat uur was het schip gelost en moesten we weer (ongeveer) 4 uur terug. Op de terugweg overnachtten we een nacht in een jeugdherberg in Reykjavik en hadden we wat tijd om deze stad nader bekijken. Mijn reis naar Groenland was een onvergetelijke ervaring. De sfeer binnen de groep was goed. Een aparte ervaring vond ik het verblijf van ruim tien dagen in de woeste natuur, zonder iemand anders tegen te komen. Het vrijwilligersproject was voor mij een unieke gelegenheid om kennis te maken met slechts een klein gedeelte van een land dat voor avontuurlijke reizigers veel te bieden heeft. |




